Hof Leeuwarden 13 december 2011 (foute en slechte vrouw), LJN BU8241

Voor zover voor internetrecht van belang:
De strekking van de grief van appellant is, dat de voorzieningenrechter ten onrechte aan het verbod tot het op internet plaatsen van schadelijke beoordelingen ten grondslag heeft gelegd dat de op naam van A, B en C gegeven beoordelingen feitelijk door appellant zijn gegeven. Dat deze berichten steeds van een bepaald IP-adres afkomstig zijn, zegt volgens hem niets, omdat dit het adres van de hotmailserver zou zijn.Deze grief faalt. De rechtbank is er terecht van uitgegaan dat het een feit van algemene bekendheid is dat IP-adressen unieke adressen zijn, die zijn te herleiden tot individuele computers of routers. Dat geldt ook als een IP-adres behoort tot de zogenaamde A-klasse (waarvoor slechts de eerste cijfers indicatief zijn) en (met name) als sprake is van een statisch IP-adres. Feitelijk onjuist is dus de bewering dat een statisch IP-adres dat tot de A-klasse behoort in zijn geheel slechts naar een mailserver of provider kan worden herleid.Los van de vraag of het IP-adres al dan niet naar appellant verwijst, vormen de negatieve berichten waar geïntimeerde zich op beroept in onderling verband gelezen - en met name ook gelezen in het licht van de onbestreden mails die appellant in ieder geval zelf heeft gestuurd - naar het oordeel van het hof sterke aanwijzingen voor het gelijk van geïntimeerde. Elke redelijke twijfel daarover is in dit hoger beroep inmiddels weggenomen door de berichten die na het bestreden vonnis zijn verstuurd onder de naam D. Zowel het taalgebruik als de inhoud van die berichten rechtvaardigt voorshands de conclusie dat deze van appellant afkomstig zijn. Deze uitgebreide mededelingen aan het adres van geïntimeerde bevestigen niet alleen het vermoeden dat appellant zich van aliassen bedient, ze geven ook steun aan de stelling dat bij appellant sprake is van een ernstige, op het persoonlijke leven van geïntimeerde gerichte fixatie.